M.A.R.C.H

M.A.R.C.H.

In deze module leer je werken met het MARCH-protocol. Deze aanpak wordt tegenwoordig gebruikt door Defensie en andere veiligheidsdiensten. Het lijkt in grote lijnen op het (c)ABCDE-protocol, maar MARCH is gekozen omdat het wereldwijd wordt toegepast door de NAVO en de VN en voortkomt uit de TCCC-richtlijnen. Daarbij ligt de focus op alleen de handelingen die écht nodig zijn. Dat past bij de taken en situaties waarin dit protocol operationeel wordt ingezet. Het doel is de situatie zo snel mogelijk te stabiliseren en te zorgen voor een goede en vlotte overdracht. De verdere behandeling wordt daarna overgenomen door medische hulpverleners. Binnen Defensie kom je MARCH onder andere tegen in de opleiding ZHKH.

Het MARCH-protocol gaat uit van het principe: treat first what kills first— behandel dus altijd eerst het meest levensbedreigende letsel. Daarbij is het belangrijk om te weten dat sommige slachtoffers, ondanks goede zorg, het niet zullen redden. Het belangrijkste wat jij kunt doen, is het MARCH-protocol goed beheersen en het ook onder lastige omstandigheden kunnen toepassen.

KERN

  • Beweeg het slachtoffer zo min mogelijk.
  • Behandel het slachtoffer zoveel mogelijk in de aangetroffen houding.
  • Stel het slachtoffer gerust en vertel steeds wat je gaat doen.
  • Onderzoek en behandel het slachtoffer volgens het MARCH-protocol.
  • Zorg dat het slachtoffer niet verder afkoelt (rode draad in de behandeling).
  • Gebruik de eerstehulp-uitrusting van het slachtoffer.
  • Ga bij een verandering in de toestand van het slachtoffer terug naar het begin van het protocol. Het bewustzijn is de belangrijkste graadmeter.
  • Beoordeel elke vijf minuten de werking van de aangebrachte middelen en of de behandeling effect heeft.
  • Zorg voor afvoer en draag het slachtoffer zo snel mogelijk over.
  • Laat het slachtoffer niet alleen, tenzij het niet anders kan. Plaats het slachtoffer in dit geval altijd in buik-zijligging.

Noodtransport

Als verplaatsen toch nodig is doordat de situatie niet veilig is dan doe je een noodtransport. Voor korte afstand kun je dat doen met de 'schoulder drag' of met de 'foot drag'. Is transport over een grotere afstand nodig dan is de 'A3-methode' het meest geschikt.

 

VAARDIGHEID:

  • Schoulder drag
  • Foot drag
  • A3-methode

Klik op onderstaande tegels om te lezen wat je moet doen bij welke stap in MARCH:

M

MASSIVE BLEEDING

Levensbedreigend bloedverlies van buitenaf is de grootste oorzaak van overlijden bij verwondingen op het gevechtsveld. Een slachtoffer kan door hevig bloedverlies snel het bewustzijn verliezen en zelfs doodgaan, terwijl je het bloedverlies vaak met één simpele handeling kunt stoppen. In het volgende deel leggen we uit welke handelingen je daarvoor kunt uitvoeren.

Aan het eind van deze module met bijbehorende training kun je:

  • Levensbedreigend uitwendig bloedverlies herkennen en behandelen.
  • Eerder aangebrachte bloedstelpende maatregelen (her)beoordelen en verbeteren.
  • Levensbedreigend bloedverlies stelpen door:
    • Een tourniquet of een tweede tourniquet aan te leggen.
    • Directe druk toe te passen met behulp van een gecomprimeerd gaas of een geavanceerd hemostatisch gaas.
    • Een wonddrukverband aan te leggen.

Levensbedreigend uitwendig bloedverlies herkennen

Als iemand levensbedreigend bloed verliest van buitenaf, zie je meestal veel bloed in korte tijd. Het bloed stroomt of spuit uit de wond. De kleding van het slachtoffer raakt snel doorweekt en er vormt zich vaak een plas bloed rondom het slachtoffer.

Levensbedreigend uitwendig bloedverlies behandelen

Je moet levensbedreigend bloedverlies meteen stoppen. Kijk eerst of er al bloedstelpende middelen zijn gebruikt en of die goed werken. Check ook of de aangebrachte tourniquet strak genoeg zit en of de bloeding staat (gestopt is).

Gebruik in eerste instantie één van de volgende bloedstelpende maatregelen:

  • Een tourniquet of een tweede tourniquet.
  • Directe druk met behulp van een geavanceerd hemostatisch gaas.

Tourniquet

  • Leg een tourniquet aan bij levensbedreigend bloedverlies bij grote wonden aan ledematen en bij (gedeeltelijke) amputaties.
  • Als de bloeding niet staat met één aangebrachte tourniquet, dan moet een tweede tourniquet aangebracht worden direct boven de eerste om het drukoppervlak te vergroten.
  • Als de aangebrachte tourniquets niet voldoende werken, pas dan ook nog directe druk toe met behulp van een geavanceerd hemostatisch gaas.

Directe druk

  • Pas directe druk toe tot de bloeding staat met een geavanceerd hemostatisch gaas op locaties waar een tourniquet niet mogelijk is zoals bij romp, lies, oksel, hoofd/hals. Laat de druk overnemen indien mogelijk.
  • Directe druk is het dicht drukken van een bloeding in de wond, direct op de bloedingshaard, met hand of vingers door middel van woundpacking (het trapsgewijs opvullen van een wond met continu behoud van druk).
  • Pas bij een scherfverwonding directe druk toe om de scherf heen.

Wonddrukverband

  • Laat na het stelpen van een bloeding een wonddrukverband aanleggen over de wond met daarin het eventueel middels woundpacking ingebrachte gaas.
  • Als je alleen bent, breng dan het wonddrukverband aan tijdens het 'Circulation-protocol' of bij de verzorging van overige wonden in 'Other injuries'.

VAARDIGHEID:

  • Aanleggen van een tourniquet
  • Opstoppen van een wond
  • Aanleggen van een wonddrukverband

A

AIRWAY

Naast levensbedreigend bloedverlies is een blokkade van de luchtweg ook een grote doodsoorzaak die je kunt voorkomen. Nadat je het bloedverlies hebt gestopt, beoordeel je volgens het protocol de luchtweg. Je kijkt dan of de mond- en keelholte vrij is. De luchtweg kan deels geblokkeerd zijn of helemaal afgesloten. De behandeling is simpel: zorg dat de luchtweg weer vrij is en blijft. In dit deel van het protocol kijk je ook of er mogelijk nekwervelletsel is.

Aan het eind van deze module met bijbehorende training kun je:

  • De luchtweg beoordelen.
  • De luchtweg vrijmaken en vrijhouden.
  • (Vermoedelijk) nekwervelletsel herkennen en verergering voorkomen.

De luchtweg beoordelen

Je kunt al snel zien of de luchtweg vrij is door te luisteren naar wat het slachtoffer zegt als je het aanspreekt. Als het slachtoffer praat of huilt, weet je dat de luchtweg open is. Maar als je bijgeluiden hoort zoals snurken, rochelen of piepen (heesheid), is de luchtweg waarschijnlijk belemmerd.

  • Snurken betekent dat het slachtoffer zo bewusteloos is dat de spieren (zoals de kaakspieren en tong) verslappen, waardoor de tong naar achteren kan vallen en de luchtweg (deels) blokkeert.
  • Rochelen wijst erop dat er vloeistoffen (zoals bloed, speeksel of braaksel) de luchtweg blokkeren.
  • Piepende ademhaling betekent dat de luchtweg ergens vernauwd is, bijvoorbeeld door een object dat de luchtweg gedeeltelijk blokkeert. Dit kan ook gebeuren door zwelling van het slijmvlies, bijvoorbeeld door het inademen van hete lucht (zoals bij inhalatietrauma). Let extra op verbranding van de luchtwegen als het slachtoffer een hese of schorre stem heeft, moeite heeft met ademhalen, hoest of roet of verbrande huid rondom het gezicht heeft.

LET OP: verschijnselen van inhalatietrauma kunnen ook in een later stadium pas optreden, doordat de zwelling in de luchtweg toe kan nemen.

De luchtweg vrijmaken en openhouden

Als het slachtoffer bij bewustzijn is, vraag je hem of haar om de mond open te doen zodat je deze kunt inspecteren. Bloed, kauwgom, losse tanden of andere dingen laat je het slachtoffer zelf uitspugen of help je het slachtoffer door voorover te leunen. Iemand die bij bewustzijn is, heeft vaak baat bij een licht vooroverzittende houding. Bloed of andere vloeistoffen door aangezichtsletsels kunnen dan makkelijker uit de mond lopen of uitgespuwd worden dankzij de zwaartekracht. Deze houding maakt het meestal ook makkelijker om adem te halen.

Als het slachtoffer bewusteloos is, kun je de luchtweg openen met een head tilt/chin lift/jaw thrust (hoofd naar achteren kantelen, kin optillen, of onderkaak duwen). Als het slachtoffer snurkende geluiden maakt, kan dit meestal verholpen worden door één van deze manoeuvres uit te voeren. Hiermee til je de onderkaak op, waardoor de tong niet meer naar achteren zakt en de luchtweg blokkeert. Als je de kaak loslaat, kan het snurken weer terugkomen. Als je met meerdere mensen bent, kan een assistent de luchtweg openhouden door deze manoeuvre vast te houden.

- Als het slachtoffer bewusteloos is en rochelende geluiden maakt, kun je eventueel bloed of slijm verwijderen met gaas.

- Bij piepende geluiden, kijk in de mondholte of je een object kunt verwijderen met je vingers.

- Als je alleen bent, moet je het slachtoffer in buik- of zijligging leggen, met de mond naar de grond. Het vrijhouden van de luchtweg heeft prioriteit, zelfs als je vermoedt dat er nekwervelletsel is. Het motto is: "treat first, what kills first" (behandel eerst wat het meest levensbedreigend is).

- Als de blokkade niet op te heffen is, geef dit dan snel door in de lijn, zodat de informatie verder kan worden doorgegeven binnen de geneeskundige afvoerketen.

VAARDIGHEID:

  • Mond reinigen
  • Head-tilt toepassen
  • Jaw-thrust toepassen

(Vermoedelijk) nekwervelletsel herkennen en verergering voorkomen

Nekwervelletsel wordt meestal veroorzaakt door de manier waarop het ongeluk is gebeurd, oftewel het ongevalsmechanisme.

Bij dingen zoals verkeersongevallen, vallen van hoogte, duiken in ondiep water of explosies waarbij iemand wordt weggeslingerd, moet je extra opletten op nekwervelletsel. Als het slachtoffer pijn aan de nek heeft, minder gevoel of kracht in de armen of benen, of minder bewustzijn, moet je proberen het slachtoffer zo stil mogelijk te houden totdat medische hulp er is.

Hoewel nekwervelletsel minder vaak voorkomt dan we vroeger dachten, kan het alleen zeker worden uitgesloten na röntgenfoto's. Slechts een klein percentage van de slachtoffers die met vermoedelijk nekwervelletsel naar het ziekenhuis gaan, heeft het echt. Daarom besteden we er minder aandacht aan bij trauma's, maar blijf altijd voorzichtig!

LET OP: penetrerend letsel als schot-, steek-, of scherfverwondingen in nekgebied zijn geen reden om aan nekwervelletsel te denken, tenzij er klachten zijn zoals eerdergenoemd.

R

RESPIRATION

Zonder zuurstof kan je lichaam niet goed werken, omdat stofwisseling simpelweg niet kan plaatsvinden. Vooral je hersenen hebben zuurstof hard nodig en kunnen niet lang zonder.

Als zuurstof via de luchtwegen het lichaam binnenkomt, wordt het in de longen aan het bloed afgegeven. Maar daarvoor moet het slachtoffer wel op een normale manier kunnen ademhalen. Een vrije luchtweg is dus super belangrijk, dat hebben we al in de vorige module geleerd. Maar ademhalen kan ook bedreigd worden door verwondingen aan de borstkas. Het is daarom belangrijk om de borstkas te controleren en eventuele verwondingen te behandelen.

Aan het eind van deze module met bijbehorende training kun je:

  • De ademhaling beoordelen.
  • Open borstwonden herkennen en behandelen.

De ademhaling beoordelen

Je longen zitten vol lucht, maar als er een verwonding aan de borst is, kan een long lek raken en in elkaar zakken. De long kan dan ook gevuld raken met bloed of lucht, waardoor er minder zuurstof in het bloed komt.

In het begin merk je een zuurstoftekort vaak aan een snelle, oppervlakkige ademhaling. Later kunnen de lippen en neusvleugels blauw worden en kan het slachtoffer verward raken of minder bewustzijn hebben. Pijn kan er ook voor zorgen dat iemand niet goed ademhaalt.

Om de ademhaling te beoordelen, gebruik je de KVL-methode: kijken, voelen, luisteren. Als er helemaal geen ademhaling is, kijk je naar de situatie en bepaal je of je moet starten met reanimatie. Als er wel ademhaling is, doe je een borstonderzoek. Hierbij ontbloot je de borstkas en check je de voorkant, zijkanten, achterkant en rug op verwondingen.

Let op: sommige munitie en scherven veroorzaken kleine wonden als ze het lichaam binnendringen. Het helpt om de huid goed strak te trekken en ook hoog in de oksels te controleren, zodat je geen kleine verwondingen mist. Waar het projectiel het lichaam verlaat, is de wond vaak groter en grilliger van vorm.

Als het slachtoffer pijn heeft tijdens het borstonderzoek, of als er blauwe plekken zijn door gebroken ribben of kneuzingen, geef dit dan door in de overdracht.

VAARDIGHEID:

  • Ademhaling beoordelen

Open borstwonden herkennen

Het gevaar bij een open borstwond is dat er lucht in de borstholte komt, wat ervoor kan zorgen dat de long verder in elkaar wordt gedrukt en niet goed kan uitzetten. Borstwonden hoeven niet altijd veel te bloeden aan de buitenkant, maar je kunt soms wel lichte, roze belletjes zien of een slurpend geluid horen. Let wel, dit kan lastig te horen zijn door andere omgevingsgeluiden.

LET OP: om deze reden wordt elke open wond boven de navel uit voorzorg behandeld als een open borstwond.

 
Open borstwonden behandelen

Als een (borst)wond flink bloedt aan de buitenkant, behandel je dit met directe druk, zoals beschreven wordt in het protocol bij 'Massive bleeding'. Als het niet zo erg is, behandel je alle open borstwonden boven de navel met een chest seal. Terwijl je de chest seal pakt, kan het slachtoffer de wond alvast afdekken door er zijn hand op te leggen.

Laat eventuele scherven die uit de wond steken zitten. Probeer de scherfverwondingen op de borstkas luchtdicht af te plakken, maar zorg ervoor dat je geen druk op de scherf zelf zet.

Na het afplakken zal de situatie niet meteen verbeteren, en de pijn blijft, wat het ademhalen lastiger maakt. Het is belangrijk om het slachtoffer snel af te voeren, zodat er meer behandelmogelijkheden zijn. Blijf ondertussen goed opletten en het slachtoffer in de gaten houden.

VAARDIGHEID:

  • Uitvoeren borstonderzoek
  • Plaatsen van een chest seal

LET OP: wees bedacht op toenemende benauwdheid. Mocht de chest seal verstopt raken met bloed, vervang deze dan.

C

CIRCULATION

Bij de Circulation (circulatie) zijn de grootste levensbedreigende verwondingen al behandeld. Nu gaan we kijken naar de letsels die, ondanks de behandeling, toch nog levensbedreigend kunnen zijn.

In het onderzoek van de Circulation check je de kwaliteit van de bloedsomloop. De bloedsomloop zorgt ervoor dat zuurstof naar de weefsels en organen wordt gebracht en dat afvalstoffen, zoals koolstofdioxide, worden afgevoerd. Het hart pompt het bloed rond, en die circulatie moet goed zijn. Het is vooral afhankelijk van de rode bloedcellen in het bloed, die het zuurstof vervoeren en koolstofdioxide afvoeren.

Als er minder bloed is, zijn er ook minder rode bloedcellen. Dat betekent dat er minder zuurstof naar de weefsels en organen kan gaan, en dat er onvoldoende afvalstoffen worden afgevoerd. Hierdoor kan de toestand van het slachtoffer verder verslechteren.

Aan het eind van deze module met bijbehorende training kun je:

  • Eerder toegepaste bloedstelpende maatregelen (her)beoordelen.

Bloedstelpende maatregelen (her)beoordelen

Kijk eerst naar alle bloedstelpende middelen die je eerder hebt aangebracht, zoals tourniquets, gazen en verbanden. Als de bloeding nog niet gestopt is, pas dan de maatregel aan volgens het protocol 'Massive bleeding'.

Als je nog een andere ernstige uitwendige bloeding tegenkomt, behandel die dan ook volgens het 'Massive bleeding'-protocol. Bloedingen die je al hebt gestopt, kun je nu afdekken met een wonddrukverband, maar je kunt dit ook later doen tijdens de behandeling van 'Other injuries' verderop in het protocol.

Verbloedingsshock herkennen

Het is pas echt nuttig om te kijken of er sprake is van shock door bloedverlies als je zeker weet dat er geen nieuwe uitwendige bloedingen meer zijn.

Als iemand verandert in zijn bewustzijn en er is al eerder bloedverlies geweest, kan dat wijzen op shock. Shock is een levensbedreigende situatie door veel bloedverlies, waardoor er te weinig zuurstof naar de cellen van de organen gaat.

De hersenen hebben het snel moeilijk door dit zuurstoftekort, dus als iemand verward of bewusteloos raakt, kan dat een teken zijn van een zuurstoftekort in de hersenen. Andere symptomen van groot bloedverlies zijn een versnelde ademhaling, bleekheid en misselijkheid.

Behalve het stoppen van bloedverlies, is er op het niveau van ZHKH niet veel meer te doen in de circulatie, behalve het slachtoffer geruststellen en zorgen voor snelle medische hulp.

LET OP: drinken is alleen toegestaan als het slachtoffer bij bewustzijn is, zelf kan en wil drinken en dus kan slikken.

H

HYPOTHERMIA PREVENTION

Hypothermia (onderkoeling)wordt vaak de sluipmoordenaar genoemd. Vooral slachtoffers die veel bloed hebben verloren, verliezen snel hun lichaamswarmte. Bij veel bloedverlies stuurt je lichaam het bloed naar de kern, zodat de vitale organen genoeg zuurstof krijgen. Je zou kunnen zeggen dat de huid dan als een soort 'reserve' fungeert. De huid wordt vaak bleek of grauw en voelt koud aan, omdat het bloed daar weg is getrokken.

Door contact met de koude ondergrond en omgevingsfactoren zoals wind, verliest het lichaam nog meer warmte, wat kan leiden tot onderkoeling. Dit heeft weer een negatief effect op de bloedstolling, waardoor bloedingen niet meer goed stoppen.

LET OP: zelfs bij aangename gevoelstemperaturen kan een slachtoffer snel onderkoeld raken.

Bescherming tegen verdere afkoeling

Het is dus super belangrijk om te voorkomen dat het slachtoffer nog verder afkoelt. Gedurende de hele behandeling in het MARCH-protocol moet je er steeds aan denken om het slachtoffer na elke behandeling goed toe te dekken en/of de kleding dicht te maken. Als er genoeg hulp is, laat die dan meteen helpen met improviseren om te zorgen dat het slachtoffer niet verder afkoelt.

De eerste stap is om een isolerende laag tussen het slachtoffer en de grond te leggen. Als het slachtoffer natte kleding aan heeft, probeer die dan te vervangen door droge. Natte kleding biedt namelijk weinig isolatie.

Bedek het hoofd en de hals met bijvoorbeeld een muts of sjaal. Dek het slachtoffer daarna toe met de spullen die je hebt.

Orher Injuries

MONITORING & OVERDRACHT

ZHKH APP

EHBO APP

Ik 2 22 Zhkh Tccc Nld 2 1 Pdf Pdf

PDF – 263,3 KB 59 downloads

Hb Militair Zhkh Hb Clas Pdf Pdf

PDF – 721,7 KB 57 downloads